Dag 3. Dinsdag
Unesco Werelderfgoed Geirangerfjord

We ontbijten om 07:00 uur en vertrekken al om 07:45 uur in de zon.
We gaan over de E16 naar Øystre Slidre in het gebied Valdresflya.
 

Op weg naar Geirangerfjord

Bij Lomen kiezen we voor Fylkesvei 51 -Provinciale weg 51-, ook wel Valdresfyveien genoemd, de toeristische hoofdweg. Het hoogste punt is op het bergplateau Valdresflya, op 1.389 meter.

Om 08:50 uur zien we 2 kraanvogels. Ze staan in een adembenemend gebied.
 

Kraanvogel

Kraanvogel
 

Adembenemend gebied

Om 09:15 uur passeren we  Huis Bessheim. Volgens de Heldersche Courant van 15 juli 1930 -pagina 2- maakte koningin Wilhelmina samen met haar dochter Juliana vanuit Huis Bessheim een 4-daagse tocht via de Ottavallei naar Geiranger.
 

Om 10:00 uur drinken we koffie in de natuur, bij Ridderspranget (Riddersprong). De Ridderspranget is een nauwe kloof waar het water van de Sjoa rivier zich met geweld doorheen perst. Het verhaal gaat dat de dappere ridder Sigvat Krie, samen met zijn gekidnapte bruid gezeten op zijn paard, over deze kloof sprong om te ontsnappen aan zijn achtervolgers.
 

Ridderspranget

 

Tekst sage Ridderspranget

 

Kloof Riddersprong

Er staat kortbij een toilethokje. Op het dak daarvan staan -je ziet het bijna nooit!- kerstbomen.
 

Toilethokje met op dag kerstbomen

Toine loopt niet naar de Riddersprong. Dat wordt hem afgeraden door Peter Rasenberg. Het pad is daarvoor voor hem te stijl. Hij loopt achter het toilethokje om naar een mooi bos met veel vossenbessen en rendiermos. Els voegt zich nog kort bij hem.
 

Bos bij Riddersprong

 

Rendiermos

 

Rendiermos

Rendiermossen zijn bitter. Rendieren eten ze niet eens graag. Ze hebben liever malse grassprietjes of ander eiwitrijk groen. Ze eten eigenlijk alleen maar korstmossen als ze echt niets anders kunnen krijgen. En dat is op veel plekken in het noorden van de Scandinavische landen elke winter het geval. Rendiermossen tonen wonderlijke vertakkingen. De sterk vertakte ministruikjes lijken wel wat op de geweien van rendieren. Daaraan danken deze korstmossen hun naam 'rendiermos' en niet aan het feit dat rendieren in strenge winters vooral rendiermossen oppeuzelen. Rendiermos groeit hooguit een halve centimeter per jaar. Rendiermos kent bijna iedereen omdat ze op grote schaal worden gebruikt in kerststukjes.

In de wintersportplaats Beitostølen is een gehandicaptensportcentrum met de eerste skihelling voor gehandicapten.
We rijden voorbij Heggenes en Skammestein.

Bij Tessand kiest Peter Rasenberg voor weg nr. 15. Die leidt ons langs Bismo en Nordberg. In dat dorp staat een achtkantige staafkerk uit 1864.
 

Staafkerk Nordberg

Om 11:45 uur bereiken we ons lunchadres: Hotel Pollfoss, op 1.920 km afstand van Utrecht. We zijn nu rond Jotunheimen gereden.
 

Hotel Pollfoss

 

Afstand naar Utrecht

In 1906 was het beeld aldus:
 

Hotel Pollfoss 1906

Pal achter het hotel ligt een waterval. Daar lopen we eerst even heen.
 

Waterval bij Hotel Pollfoss

Direct na de ingang zijn er 2 kamers die een kijkje geven in het verleden.
 

Entree Pollfoss

 

Kijkje in het verleden

 

Kijkje in het verleden

Er staat een koud buffet voor ons klaar.
We kiezen een tafeltje op het terras met zicht op de beek.
 

Terras Hotel Pollfoss

 

Zicht op de beek

Koud buffet

Op Rijksweg 63 volgen we de noordelijke oever van het Djupvatnet meer. Het heeft een oppervlakte van 2 km2 en ligt 1.016 m boven de zeespiegel. Het meer maakt deel uit van de bovenloop van de Otta rivier.

Direct ten noordwesten van het meer leidt de particuliere tolweg Nibbevegen ons van Djupvasshytta naar het uitzichtpunt Dalsnibba dat op 1.476 m boven de zeespiegel ligt.
 

Begin tolweg

Het lijkt onze mooiste rit ooit! Met sneeuw bedekte bergtoppen, een soort maanlandschap en dan de zuivere lucht bij het uitstappen.
 

Naar Dalsnibba

 

Steeds hoger

 

Terugblik vanaf Dalsnibba

De Geirangerfjord is een fjord in de regio Sunnmøre in het uiterste zuiden van de provincie Møre og Romsdal. Het is een 15 km lange arm aan het eind van de Storfjord ­met een lengte van ongeveer 200 km en een diepte van zo’n 1.300 m de grootste fjord in Noorwegen- dus bijna 200 km in het binnenland. De Geirangerfjord is maximaal  700 m diep. De fjord heeft diverse watervallen, met als bekendste de Syv Søstrene -de Zeven Zusters-, de Brudesløret -de Bruidssluier- en de Friaren -de Vrijer-, en is één van de meest bezochte attracties van Noorwegen. De watervallen creëren een ragfijne sluier van mist die alleen maar bedoeld lijkt te zijn om een nooit eindigende weergave van steeds veranderende regenbogen te laten zien. De Syv Søstrene heeft een vrije-val-hoogte van 250 m en stort wanneer het flink heeft geregend tot in het water van de fjord. In de waterval tegenover de Zeven Zusters is met enige fantasie de vorm van een fles te zien: de Vrijer greep vanwege de onbereikbaarheid van de zusters uit wanhoop naar de fles. Zo wil het verhaal althans.
Sinds 14 juli 2005 staat de Geirangerfjord samen met de Nærøyfjord -we zullen er overmorgen een boottocht op maken- op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Karakteristiek aan de smalle fjord zijn de bijna loodrechte rotswanden -soms wel tot 800 m hoog- en de typische S-vorm.
Op de hellingen langs de fjord liggen ook nog enkele -deels nagebouwde- boerderijen. Het zijn zomerboerderijen. We hebben er al veel gezien. 's Zomers trekken de mensen met vee uit de dalen naar de bergweiden. Geiten leveren de melk voor de bruine kaas die op de boerderij wordt gemaakt. De landbouw in Noorwegen brengt lang niet genoeg op voor heel Noorwegen. Daarom moeten ze graan uit andere landen invoeren. Op zomerboerderijen werd tot diep in de 20e eeuw aan landbouw gedaan.
 

Geitenkaas met karamel

Bruine geitenkaas is brunost. Hij heeft een sterke karamelsmaak. Het woord brunost betekent letterlijk bruine kaas in het Noors, terwijl geitost Noors is voor geitenkaas.
In tegenstelling tot wat de naam suggereert, is brunost geen echte kaas, maar zogenoemde weikaas, omdat hij wordt gemaakt door de wei die na kaasproductie overblijft in te koken. Aan het einde van het proces wordt wat room toegevoegd. Bij het inkoken treedt de maillardreactie op tussen in de wei aanwezige aminozuren en lactose, vandaar de karamelachtige, zoete smaak en bruine kleur.
Er bestaan verschillende soorten brunost. De soort G35, de zogenaamde Gudbrandsdalost -letterlijk `kaas uit het Gudbrandsdal'-, is het meest gangbaar. Hij is gemaakt van gelijke delen koemelk en geitenmelk. De soort ekte geitost is uitsluitend van geitenmelk gemaakt en smaakt sterker en wranger. Een milder smakende soort is de fløytemysost, die uitsluitend van koemelk en room wordt gemaakt.
Volgens velen zou de Gudbrandsdalost, en daarmee de brunost, in de 19e eeuw uitgevonden zijn door het melkmeisje Anne Hov uit het Gudbrandsdal. Maar de bereiding van brunost is al veel ouder: in de Nordlands Trompet, een gedicht van de dominee/dichter Petter Dass uit 1674, wordt al gesproken van de bereiding van kaas uit wei.

Wil je de Geirangerfjord vanuit het perspectief van een vogel bekijken? Klik dan hier.
 

Kaartje Geirangerfjord en Dalsnibba

Vanaf de top van de berg Dalsnibba is er een fenomenaal uitzicht over de fjord. Het is helder, maar er staat een windkracht 7. Het cruiseschip Costa Fortuna ligt in de fjord. De Costa Fortuna is één van de grotere en meest complete schepen van de rederij. De passagierscapaciteit bedraagt 3.470.
 

Zicht op MS Costa Fortuna

 

Zicht op MS Costa Fortuna

 

MS Costa Fortuna in Geirangerfjord

Naar de andere kant ziet Dalsnibba er toch anders uit!
 

Dalsnibba naar de andere kant

Op de top is een klein café met toiletvoorziening en -natuurlijk!- een souvenirwinkel aanwezig. De voorraad trollen in allerlei vormen en grootten is enorm.
 

Trol

Om 14:15 uur gaan we weer terug naar beneden, naar het Djupvatnet meer.
 

Terug naar beneden

Bij het Djupvatnet meer komen ons motorrijders tegemoet.
 

Tegemoetkomende motoren

Over de Rijksweg 63 en de Provinciale weg 51 rijden we naar Lomen.
Even vóór die plaats komen we voorbij een verzamelaar van oude tractoren.
 

Oude tractoren

Om 15:30 uur zijn we in Lomen. We houden er een stop. Er staat namelijk een staafkerk.

De staafkerk van Lomen is gedateerd rond 1180-1250. Hij is gebouwd met 4 staanders (staven) en heeft 3 rijkelijk gebeeldhouwde portalen, priesterkoorbogen en kapitelen.
De kerk is gedurende de hele Middeleeuwen in gebruik geweest. In de 18e eeuw werd de kerk herbouwd omdat hij op het punt van instorten stond. De toenmalige dominee Herman Ruge vond dat een ramp voor het meesterwerk van oude architectuur. In 1842 werd de kerk opnieuw herbouwd. Tijdens die verbouwing werd het van kwaad tot erger. De kerk werd van binnen roze, groen en grijswit geschilderd. Tijdens de laatste restauratie tussen 1960-1970 werd de roze verf verwijderd. Er werd toen ook een archeologische opgraving uitgevoerd waarbij 71 artefacten werden gevonden, waaronder stukken van sieraden en munten.  Enkele van de munten zijn uit de 12e eeuw.
De staafkerk van Lomen en die van Høre -die beide in dezelfde vallei staan- zijn -we merkten het al op- waarschijnlijk door dezelfde bouwers gemaakt; ze zijn namelijk op dezelfde manier gebouwd. Hoewel de ingangen van de beide staafkerken hetzelfde ontwerp hebben, zijn ze niet door dezelfde bouwmeester gemaakt.

Gelet op de hoogte van de entreeprijs en het feit dat we hier niet met een originele staafkerk van doen hebben, gaan we de kerk niet binnen.
 

Staafkerk Lomen

Op het plein voor de kerk staat het beeld van Olav Aukrust (1883-1929), dichter en onderwijzer.
 

Olav Aukrust

Voordat we bij Peter Rasenberg een beker bouillon drinken, kijken we rond in de plaatselijke nijverheidswinkel. Natuurlijk staat het er onder meer vol bet boeken over trollen. Maar ook een bordje met de afbeelding van een musicerende nisse is toch wel typisch Noors.
 

Trol met eland op zijn neus

 

Musicerende nisse

Om 16:15 uur verlaten we Lomen en rijden we over Riksvei 15 terug naar Fagernes.
We komen weer langs de Riddersprong, Huis Bessheim en de berg Bitihorn.
Even later is het landschap heel bijzonder: allemaal grote stenen in het gras.
 

Om 18:45 uur zijn we bij het hotel. We zijn dus 11 uur op pad geweest!
We gaan via de lounge met mooie schilderijen, naar de lift bij de trappen met moederberin en kind, om ons op onze kamer nog snel even op te frissen want het diner is al om 19:15 uur.

Schilderij in lounge

 

Halletje waarin lift

 

Geen beren op de weg, maar op de trap

In het restaurant wordt natuurlijk druk nagepraat over de Geirangerfjord en het sublieme weer dat ons ten deel valt. Om maar niet te spreken van de vooruitzichten. Tot en met zondag lijkt de zon -althans overdag- te blijven schijnen.
 

Restaurant

Restaurant

naar volgende dag